Website

Plus d'information sur notre site web - Meer informatie op onze website: http://www.haspatal.tk

Wednesday, July 28, 2010

The world outside Kailakuri

Dag 18 : donderdag 22 juli

Een dag gelijk een ander op de werf: heel de dag bakstenen stuk kloppen। Gelukkig komen er regelmatig werknemers van Kailakuri ons vergezellen, wat altijd tot een leuke babbel leidt। Ook de kinderen die hier rondlopen komen een handje helpen। Geheel vrijwillig uiteraard, wij passen ons aan lokale gewoontes aan, maar kinderarbeid is een stapte ver.


Zoals de dagen ervoor eindigen we onze werkdag met een voetbalmatch। Voor een keer is zelfs Aushim meegekomen! Aushim zet zich nog meer in dan de rest, waarschijnlijk om te compenseren voor de dagen dat hij niet mee was gekomen। Als goede basketbalspeler en geholpen door zijn enthousiasme vergat hij zelfs even dat het een voetbalwedstrijd was en gebruikte hij zijn handen om een doelpunt tegen te houden. De Bengalen, als fanatieke voetbalfans, begonnen luidkeels “Matthias Suarez” en “Thierry Henry” te roepen (beide spelers gebruikten hun handen om een wedstrijd te beinvloeden nvdr). De match eindigde zoals altijd bij zonsondergang.

Na het avondeten introduceert Hannes het spel ‘jungle speed’ aan 2 stafleden. Beiden hebben het spel snel door en blijken over zeer goede reflexen te beschikken, iets wat bij Camille niet het geval is en waardoor ze keer op keer verloor. We krijgen tijdens het spel te horen dat het wagentje waar Shaupaun inzat, die ons na een week alleen te hebben gelaten terugkwam, gekanteld is. Gelukkig bleef hij ongedeerd en komt hij een paar uurtjes later toch aan. Gerustgesteld beslissen we te gaan slapen, want vrijdag belooft een interessante dag te worden.

Dag 19 : vrijdag 23 juli

Zoals verwacht werd vrijdag een dag die we niet snel zullen vergeten। We waren op de hoogte gebracht dat een groep Belgen, die in Bangladesh zijn voor de Damiaanactie, Kailakuri kwamen bezoeken. We zijn samen met hen op dezelfde vlucht in Bangladesh aangekomen en hadden al wat kennis gemaakt op de luchthaven. Dr. Baker stelt ons voor om in zijn plaats een rondleiding te geven. Ze kwamen rond 11u aan en hun aankomst zorgde voor nog meer verbaasde blikken van de patiënten en dorpelingen van Kailakuri. Zeven blanken is voor hen al ongelofelijk, dus wanneer er 15 blanke vrouwen en 1 jongen aan worden toegevoegd is de verbazing des te groter.


Ze werden door de staf van Kailakuri onthaald met liederen en thee। Een meerderheid vertrouwde of lustte de thee echter niet, wat wij nogal grappig vonden gezien een kopje thee altijd het hoogtepunt is van onze maaltijd। Na een korte inleiding over het project, beginnen wij onze rondleiding van de kliniek. Hannes en Aushim zijn de gidsen van dienst, terwijl de andere Haspatal-leden kennismaken met enkele groepsleden van Damiaanactie (om praktische redenen zal er vanaf nu naar verwezen worden als ‘de Meisjes’, sorry Aaron J). De meisjes luisteren aandachtig naar de uitleg van Hannes en om hen op hun gemak te laten voelen haalt Adam bij zijn stukje uitleg zelfs zijn beste Oost-Vlaams dialect boven. Ze schrokken van de primitieve werk- en leefomstandigheden, zowel voor het behandelen van de patiënten als de manier waarop wij hier logeren. Bij ons bezoek aan het Damiaanactie-ziekenhuis werd ons snel duidelijk waarom. Na de rondleiding werden de Meisjes bedankt door de stafleden van Kailakuri en werd er een afscheidslied gezongen.


Toen was het onze beurt om hun ziekenhuis te bezoeken. Terwijl de Meisjes op hun vans (driewielers met een plank achterop) richting Jalchatra vertrekken, klimmen wij op onze fietsen voor wat in normale omstandigheden een ritje van een uur moet zijn. Een rit van een uur indien alles goed verloopt, wat natuurlijk niet het geval was. De vele gaten in het wegdek, kettingen die om de haverklap losspringen en zelfs 2 kettingen die gewoonweg breken zorgden ervoor dat de rit uitdraaide op een tocht van twee uur. Gelukkig waren de Meisjes zo vriendelijk om op ons te wachten voor het eten. Bij het inrijden van het domein van Damiaanactie viel het contrast met Kailakuri onmiddelijk op. Mooi afgewerkte gebouwen ipv leemhuizen met golfplaten, een oprit met 2 witte jeeps ipv een aardeweg met een kar met 2 grote buffels, een mooi onderhouden tuin ipv ananasvelden. Binnen het hoofdgebouw was het verschil met Kailakuri even groot. Comfortabele zetels ipv een doek op de grond, een mooi gedekte tafel ipv met de ene hand zijn bord te moeten vasthouden om met de andere hand te kunnen eten.



Het was ook even wennen aan de door de frigo gekoelde cola en het fruitsap die op tafel stonden। We moeten toegeven dat we na onze fietstocht toch even hebben genoten van het comfort dat ons aangeboden werd. Toen we hoorden dat we verse groentesoep en pannekoeken als middagmaal kregen, verscheen er eveneens een glimlach op ons gezicht. Het staflid van Kailakuri dat met ons was meegekomen, geloofde zijn ogen niet. Niet alleen was het voor hem de eerste keer dat hij met bestek at, hij kreeg dan nog pannekoeken met choco en confituur aangeboden. Zijn gelaatsuitdrukking was goud waard. We lieten ons even gaan en aten totdat onze maag vol was. Adam liet zich zoals gewoonlijk goed gaan en at op zijn eentje 2 kommen soep en 6 pannekoeken! Shaupaun en Gil laten de kans niet liggen om nog snel een kopje koffie te drinken voor dat het onze beurt was om rondgeleid te worden door de Meisjes.


Het ziekenhuis was ingedeeld in verschillende afdelingen zoals Kailakuri, alleen waren de gebouwen altijd wel iets groter। Een opvallend verschil met het Kailakuri ziekenhuis was dat staff (waaronder de meisjes) en patienten van elkaar gescheiden worden door een groot grasveld, de drempel om met de patienten om te gaan ligt dus iets hoger. De Meisjes toonden ons ook trots het gebouw dat zij helpen bouwen, het wordt een nieuwe afdeling voor resistente TBC-patiënten. Na de rondleiding nodigen ze ons uit om samen met hen een Mandi-dorpje (de lokale etnische groepering) te bezoeken. Daar werden we getrakteerd op een festival met dans, gezang en gedichten. We kregen allemaal een glas van de lokale wijn, gemaakt op basis van rijst. De meningen erover zijn verdeeld. Sommigen slaagden er niet in om meer dan 1 slok binnen te krijgen terwijl anderen tot 4 glazen leegdronken (u mag zelf raden wie... Adam natuurlijk). Om het feest te beëindigen en het hele dorp te bedanken besloten we om samen met de Meisjes de Brabançonne te zingen. Ons initiatief leidde ertoe dat het feest echt lostbarstte. Samen met het hele dorp begonnen we in de regen rond te dansen. Een geweldige ervaring.



Omdat de avond ondertussen al gevallen was en een paar fietsen buiten gebruik waren, werd er ons aangeboden om in Jeep teruggebracht te worden। Juist voor ons vertrek krijgen we nog een pot oploskoffie cadeau van Griet, een van de begeleidsters van de Meisjes। Een cadeau dat we met veel plezier en dankbaarheid ontvingen। We sluiten de dag af door de evenementen nog eens op een rijtje te zetten. We komen tot het besluit dat, ondanks het genieten van de tijdelijke luxe, we veel liever ons avontuur in Bangladesh ten volle ervaren door onze primitieve levensomstandigheden.

Dag 20 : zaterdag 24 juli

Zaterdag begon zoals alle andere dagen। Opstaan, eten, bakstenen stuk kloppen। Na het middageten waren we uitgenodigd door een staflid om zijn winkel die zich 2 dorpen verder bevindt te bezoeken. We vertrokken met negen, verdeeld over 2 vans, een zware opdracht voor de 2 kleine bengalen die ons moeten vervoeren. De gemiddelde van-bestuurder weegt tussen de 40kg à 50kg, terwijl de meerderheid van de groep meer dan 70kg weegt. Een heuse beproeving voor de bestuuders dus, die ze toch succesvol hebben volbracht (mits enige hulp wanneer het bergop ging).

In het naaiwinkeltje werden we getrakteerd op suikerbollen en shingala (wat we ook serveerden op onze eetfestijnen)। Loic kreeg einderlijk de kans aangeboden om pan te proeven. Aushim weigerde nog altijd om nog maar een klein beetje ervan in zijn mond te nemen. Het is dan ook met alle aandacht op hem gericht dat Loic moedig het blaadje in zijn mond stak. Het samentrekken van zijn gezicht sprak boekdelen. Ondanks de walging die te lezen was in zijn ogen, weigerde hij de pan uit te spuwen. Tot nu toe is hij de enige van de groep die het tot het bittere einde heeft uitgehouden, waarvoor hij heel wat respect verdient.


Adam, Hannes, Nils, Gil en Loic besloten om nog eventjes in het dorpje rond te wandelen, kwestie van de lokale sfeer wat op te snuiven। De rest vertrok onmiddelijk terug richting werf. Na een halfuurtje wandelen beslissen de vijf jongens om te voet terug te keren. Terug in Kailakuri horen ze dat Camille en Virginie besloten hebben om vanavond pasta klaar te maken. Pasta die Hannes het land heeft binnen gesmokkeld op vraag van de groep. Iedereen keek dan ook ongeduldig uit naar een nieuw feestmaal, na de frietjes van een week geleden. Nadat Hannes de nodige aankopen gedaan had, begonnen de meisjes aan de saus. De jongens kijken met knorrende maag toe, terwijl Camille en Virginie zich, net als Adam de week ervoor, volledig toewijden aan hun missie. De woorden “het is klaar” leidden bijna tot een stormloop naar de borden toe. Camille en Virginie zorgen ervoor dat iedereen evenveel kreeg. Vanaf de eerste hap werd het al snel duidelijk: de meisjes hadden het voortreffelijk gedaan. Het smaakte gelijk nooit tevoren. Iedereen at tot hij geen hap meer binnen kreeg en sommigen hadden na 3 borden nog altijd niet genoeg gegeten. Het was dan ook met volle maag dat iedereen zijn matras ging opzoeken die avond.

Dag 21 - zondag 25 juli

Zondagochtend kregen we eindelijk de kans om iets anders te doen dan bakstenen stuk te kloppen. We ontbreken aarde voor de veranda en we krijgen te horen dat we deze mogen gaan halen op 300m van onze werf. We krijgen een kar en een paar kudals en beginnen vol enthousiasme aan onze nieuwe opdracht. Heel de voormiddag graven we en vullen we de kar met aarde, rijden er dan mee naar de werf, laden die uit, gaan terug om die te vullen, enz. In de namiddag doen we dit nog een paar keer, maar de zon zorgt ervoor dat de vermoeidheid al snel toeslaat. Om 17u komen 2 kinderen ons halen om met hen te gaan voetballen. We hadden het hen ’s ochtends beloofd en stoppen dus met werken. Na een dag zware arbeid zien we dat de veranda al bijna op de juiste hoogte is gebracht. Het resultaat van een dag zwoegen mag er dus wel wezen. Onze dag eindigt met een voetbalmatch (zonder Aushim, maar met zijn vader!) tot zonsondergang en ’s avonds een spel ‘jungle speed’ met de staff.

Gil

Sunday, July 25, 2010

Les jours se suivent mais ne se ressemblent pas forcément

Jours 14,15,16 et 17; du 18 au 21 juillet.

Voir l'ascension des briques se dérouler à vive allure nous motive tous. Les murs ont désormais atteint une telle hauteur que nos maçons ont besoin d'un échafaudage pour continuer leur travail. Mais où trouve-t-on cela dans un coin aussi reculé? Rien de plus simple, quelques membres de la team accompagne un des travailleurs de Kailakuri pour couper quelques bambous. Les troncs sont nettoyés de leur branches, amenés au chantier et couper sur mesure là bas. Nos ouvriers en transforment même quelques uns en planche (on peut tout faire avec du bambou, ainsi, un morceau assez épais et séché sert de marteau et de levier).



Alors que nous travaillons tous joyeusement ... enfin bon, alors que nous travaillons tous, une surprise nous arrive en avance peu avant le diner: Hannes, un des deux retardataires de la team. Il lui aura fallu moins de temps que nous pour venir de Dhaka, guidé par Pijon, le project manager de l'hôpital Kailakuri, à travers les différents transports disponibles (plusieurs bus, plusieurs riksjas et même de la moto). L'après-midi même de son arrivée il joint déjà ses forces aux autres membres de l'équipe pour préparer l'échafaudage. Une petite partie du jeu de société Wanted anime la soirée alors que Hannes se décide enfin à dormir (il n'aura que dormi très peu depuis son départ de Belgique). Une visite des différentes sections de l'hôpital en compagnie du docteur Baker est prévue pour le lendemain à 9 heures.

L'après-midi commence une activité passionnante sur le chantier, elle va d'ailleurs durer plusieurs jours : casser des briques! Il faut une grande quantité de tout petits bouts de brique pour faire le béton nécessaire à la construction. On découvre également un autre usage au bambou. Il sert de manche à un bout de béton coulé en forme de carré à l'usage très simple : taper le sol pour le rendre plat. Les activités du moment sont donc assez jouissives car elles permettent de se défouler en déployant un peu de force (même si l'effort physique n'est pas nouveau au programme, au contraire!). Malheureusement ce genre d'activité devient vite lassante, et surtout, source de belles cloches sur les mains. Après un tel effort, on nous propose une petite récompense: des feuilles de Pan (prononcé « panne ») que les bengalis mâchent souvent ici. Cependant l'expérience n'est pas aussi agréable que prévue. Malgré les instructions de continuer à mâcher quelques minutes pour obtenir le vrai goût en bouche, les braves s'étant essayés à la feuille de Pan finissent bien vite par la recracher.

Au soir nous chantons tous en cœur et laissons libre cours à nos pulsions d'acteurs. En effet, le lendemain aura lieu une fête pour le départ du docteur Mariko. Le docteur Mariko est une femme de 58 ans venant du Japon. Elle aide le docteur Baker, en tant qu'unique autre médecin diplômé, depuis quelques mois. Elle retourne chez elle pour un ou deux mois pour après revenir aider à l'hôpital Kailakuri. Il nous a été demandé de chanter deux chansons et de monter une petite pièce de théâtre pour participer au spectacle (enfin nous tenons notre parole en acceptant de chanter). Deux langues nationales donc deux chansons. Une des deux chansons devant être notre hymne nationale (à la demande du docteur Baker) et ne la connaissant qu'en néerlandais (grâce à Gil qui est apparemment le seul bon patriote parmi nous) nous devront chanter une autre chanson en français. Après un long débat, tenant compte de l'avis des néerlandophones récalcitrants, nous choisissons de chanter « Cette année là » de Claude François. La pièce caricaturera notre séjour et peut se résumer en quelques mots : Arrivée, les filles au travail pendant que les garçons regardent, les joies de la cohabitation avec les moustiques sur un rythme de Queen (ils finiront par avoir notre peau!), finition du bâtiment et départ en catastrophe après que ce dernier s'écroule suite à une tape amicale.


Une balade à vélo et la visite d'un autre village, où se trouve le menuisier qui va nous fournir le bois pour la construction, sont prévues après la fête pour Mariko.


En fin d'après-midi les garçons (sauf Aushim) partent communiquer avec les jeunes du coin avec le langage universel du foot. Activité qui se déroule bien car une chouette partie a lieu et un autre match aura lieu le lendemain.

Après le repas, une partie du jeu de société « Jungle Speed » anime la soirée. Le jeune Minhaz, qui nous avait déjà demandé d'envoyer un mail pour lui car il n'a ni adresse e-mail ni accès à internet, nous rejoins et nous l'invitons à jouer avec nous. Nous passons tous une agréable soirée en sa compagnie.

Nous sommes désormais mercredi 21 juillet, la matinée est marquée par des pluies torrentielles (le terme est très adéquat) empêchant l'avancement du chantier. La pluie s'étant à peine calmée après le diner, nos ouvriers sont congédiés et nous en profitons pour nous reposer un peu. Alors que la pluie s'est un peu calmée, on vient nous prévenir que nous sommes tous invités à une dernière petite cérémonie pour le docteur Mariko. Malheureusement les filles ne sauront pas y assister, elles sont parties tôt ce matin pour visiter un des sub-center pour le traitement du diabète de l'hôpital Kailakuri (il y en a trois différents, qui sont actif un jour par semaine, le mercredi l'un, vendredi un autre et samedi le dernier). Ces visites ne peuvent se faire qu'à deux maximum (à cause du nombre de vélos disponibles) et nous nous répartissons donc les jours de visites.

La cérémonie pour le docteur Mariko est animée de chants divers, de poèmes; de prières et d'accompagnement musical. Après quelques speechs, des fleurs et des vêtements offerts, l'atmosphère devient plus informelle et on nous sert du Dutcha (nos thé au lait adoré). Les discussions sont un peu plus variées et nous nous penchons sur le fonctionnement d'un de leur instrument, une sorte de piano à vent. Pour jouer cette instrument, une main joue les notes et l'autre main actionne le souffleur comparable à un accordéon.

Après avoir fait nos adieu au docteur Mariko, les garçons se sentent à nouveau d'attaque pour un match de foot contre la jeunesse locale. La pluie a beau avoir cessé le terrain est encore trempé. Cela se révélera être sans importance peu de temps après alors qu'une pluie diluvienne vient transformer le match de foot en match de waterpolo. Après quelques concertations les joueurs des deux communauté se mettent d'accord pour continuer le match sous la pluie. Moment inoubliable pour nous tous alors que tous les joueurs, nous compris, ne cessent de glisser et de tomber à terre. Le ballon arrête régulièrement sa trajectoire de façon très abrupte au milieu d'une profonde flaque d'eau. Les gardiens ont du mal à saisir le ballon trempé et glissant aux rares occasions où les joueurs arrivent debout devant le goal. Petite précision, pour les deux derniers matchs nous avons décidés de mélanger les équipes pour équilibrer le jeu et créer des liens plus forts avec les jeunes bengalis.


La tradition du jeu de société au soir est désormais bien implantée et nous la respecterons encore ce soir. Une partie de Wanted se tire en longueur jusque assez tard pour aller au lit presque juste après. Ainsi se termine ce rapport. Plusieurs activités auront lieu les jours suivants, rendant probablement les prochains rapports très intéressants.

Monday, July 19, 2010

And it grows, and it grows, and it grows, ...

Dag 10 en 11: 14 en 15 juli 2010

Vandaag zullen Nils en Adam met de fiets naar een subcenter voor diabetici trekken, voor de hele dag. Daarom zijn ze ook zeer vroeg wakken, zoals de ijverige meisjes die stipt om 7u20 bij ons (de jongens) aanwezig zijn voor het ontbijt. De andere jongens worden stilaan wakker. We krijgen een leuke verrassing: naast een lieve « goedemorgen » van de twee meisjes krijgen we ook iets nieuws als ontbijt: « shemai », een soort rijstpap met lekkere kruiden. Iedereen is het eens, shemai als ontbijt is veel beter dan rijst!

Terwijl die twee jongens gaan fietsen gaan de andere werken op de werf. Vandaag proberen we mee te metsen, maar al snel blijkt dat metsen niet zo gemakkelijk is. Virginie en Loïc leren snel, maar toch wordt er besloten om het metsen over te laten aan de Bengaalse metser en een van zijn arbeiders. Hij kan het immers veel beter en sneller. We zorgen voor de rest: bakstenen brengen tot dichtbij de muren en het zand voor het cement zeven.

Het weer is spijtig genoeg zeer slecht. Terwijl we de zon net vreesden, is deze de laatste dagen nog niet tevoorschijn gekomen. Van tijd tot tijd valt er regen die de werken tijdelijk stillegt. Door de hoge vochtigheidsgraad zitten we hier ook met een tekort aan kleren, het duurt eeuwenlang voor dat ze drogen!

Het goede nieuws is dat op het einde van de werkdag, om 17h30, de funderingen van de buitenmuren klaar zijn.

De dag erna, op 15 juli 2010, is de zon nog altijd onzichtbaar. We beginnen zeer vroeg met werken, aangezien we de regen al voelen aankomen. Nu de bakstenenfunderingen van de buitenmuren klaar zijn, kunnen we deze vullen met aarde. Dan pas zullen de funderingen echt klaar zijn. Ondertussen zijn de metsers begonnen met de funderingen van de binnenmuren.

Na de middagpauze hebben we ineens recht op 2u stortregen. Aangezien we niet kunnen werken maken we nog wat beter kennis met de werkmannen. Ze laten ons Bengaalse muziek horen via hun gsm en vragen meer informatie over Gil zijn notebook. Ze vragen zich af hoe de foto's die we trekken op de notebook terechtkomen. Na 2 uur kennismaking kunnen de werken opnieuw beginnen. De aanwezige gaten vullen is niet meer mogelijk, want de aarde is hier zo compact (goed voor de fundering!) dat ze na de regenval aan elkaar blijft plakken en zeer moeilijk in stukken te hakken is. De metser heeft ons momenteel dus niet echt meer nodig, behalve dan om af en toe bakstenen tot bij hem te brengen.

Het gisteren bestelde cement komt aan, maar door de weersomstandigheden zakt het kleine kamionetje in de modder, op 75m van onze stockageruimte. Met z'n allen helpen we de 30 zakken van 50 kg cement te dragen naar de ruimte. De stoere gespierde jongens (op mijzelf na) ontbloten hun torso en kunnen zonder probleem elk 1 zak dragen. De anderen gebruiken een kruiwagen of doet het per twee. De meisjes maken gebruik van deze gelegenheid om de jongens te bewonderen.

Balans van de dag: de 4000 bakstenen beginnen stilaan op te geraken en de funderingen zijn klaar!!!


Dag 12 en 13: 16 en 17 juli 2010

Nu dat de funderingen klaar zijn, werken we allemaal samen om ze met aarde te vullen. Ter beloning van ons enthousiasme schijnt de zon weer. Vandaag hadden we echter liever geen zon gezien want hij zorgt ervoor dat iedereen na een halfuur in zijn eigen zweet drijft.

Om 10uur worden we door onze kok beloond met vers limoensap (even lekker als tijdens de eetfestijnen). Op zo'n moment is er niets lekkerder!

Onze kok begint stilaan onze smaak beter en beter te begrijpen. De verschillende gerechten worden klaargemaakt in samenspraak met ons, en rijst als ontbijt is een ver verleden: vanaf nu geen rijst meer als ontbijt! Oef! De maaltijden worden meer geapprecieerd, ook al is het altijd rijst, omdat er meer gevarieerd wordt met groenten en vlees. Om nog meer variatie te hebben, besloten we om morgenavond zelf het avondmaal klaar te maken: frieten!

Het blijft heel de dag schoon weer, we kunnen dus snel vooruit met de werken. In 8 uur tijd zijn de funderingen volledig af (gevuld met aarde enal) en zijn we een stuk vooruit betreffende de gewone buitenmuren.

Op het einde van de dag zijn de 4.000 bestelde bakstenen nog niet aanwezig. De tractor zat blijkbaar ergens vast maar is wel onderweg. We beginnen te vrezen dat we morgen niet zullen kunnen metsen want onze vooraad aan baksteen is bijna volledig op (er blijven een tiental bakstenen over).

Na al dit zwoegen is het tijd voor een welverdiende douche. Een Bengaalse vrouw doet aan Camille het vriendelijke voorstel om haar te wassen. Het meisje gebruikt alle mogelijke gebaren om de vrouw weg te krijgen uit de douche. Wanneer dit eindelijk lukt, gaat de vrouw hetzelfde voorstel aan Virginie doen, die evenzeer het voorstel haastig afwimpelt.

Juist voor het avondmaal krijgen we een telefoontje van de bakstenenverkoper, zijn tractor met 2000 bakstenen zit op 700m van de werf gebloqueerd in de grond. Een van de wielen is in de gracht geraakt waardoor zijn laadwagen aan het kantelen is en de bakstenen niet langer veilig zijn! De laadwagen wordt snel leeggemaakt en dankzij een andere kamion wordt hij uit de gracht getrokken.

Ondertussen zijn we gaan eten en rond 21u gaan we opnieuw helpen. De laadwagen wordt gevuld met 1000 bakstenen, naar de werf gebracht en op de werf uitgeladen. We keren dan terug om de overblijvende bakstenen op te halen en om 23h laden we de laatste bakstenen uit op onze werf.

De meisjes doen 's avonds en heel onaangename ontdekking in hun slaapplaats: een schorpioen wandelt zomaar over de muur naast hun bed. Gillend maken ze een eind aan zijn leven met Camille's schoen. Tien minuten nadat ze in hun bed zijn gekropen luidt er weer gegil: een enorme spinnencocon is op Camille's muskietennet gedeponeerd door een of andere spin. Virginie toont zich moediger dan ooit: zij die spinnen zo vreest, durft de cocon los te prutsen en buiten te gooien. De meisjes willen immers niet wakker worden in gezelschap van duizend mini-spinnen.

De zon op dag 13 schijnt nog harder dan de dag ervoor. We kijken er naar uit om vanavond frieten te bakken onder leiding van haspatal-kok Adam.

Maar eerst moeten we gaan werken. Terwijl de metser de muren verder optrekt, maken wij de niveau's net buiten het gebouw gelijk. De overblijvende aarde gebruiken we in de verschillende ruimten van het gebouw om de vloer te verheffen. Deze moet immers 7 inches (17,5 cm) verhoogd worden. Daarop zullen we een laag bakstenenvloer aanbrengen en daarboven een soort chappe, maar dit is slechts voor binnen een paar weken.

Zo zijn we de hele ochtend bezig. Net voor de middagpauze hebben we het niveau bijna overal gelijk gemaakt. Wel moet er in de drie ruimtes nog een beetje extra aarde, die we van de plaats die momenteel de veranda vormt gaan kappen. De veranda gaan we vervolgens weer aanvullen met van elders aangebrachte aarde. Dit is weliswaar een taak voor morgen, want tijdens de namiddag is de zon zo hard aan het schijnen dat aarde kappen onmogelijk is.

We beslissen daarom om het zand (dat eerder aangebracht werd op de plaats waar de eerste lading 4000 baksteen uitgelaten werd) te gaan halen met de bengaalse kruiwagen.

Na 6 keer heen en weer gaan is het pauze voor iedereen. Ik blijf nog met de meisjes (de werf bevindt zich net voor hun slaapplaats) om daar het verslag te schrijven en zo ook de metsers te helpen met het beslissen ove de geschikte plaats voor de vensters en deuren. Adam is ondertussen met mijn vader en de kok de boodschappen gaan doen voor de frieten.

's Avonds geeft chef kok Adam de nodige bevelen aan zijn vrienden om de 8kg's patatjes te schillen en te snijden. In één uur waren ze allemaal gesneden in fijne frietjesvorm. Het bakken zelf ging veel trager en was ook veel moeilijker. We konden er niet zoveel tesamen bakken en vaak waren ze langs de buitenkant verbrandt. Ook waren ze heel vettig. Door tijdstekort konden we slechts de helft van de frieten bakken, en iedereen ging slapen met een lege maag. De kok ging thuis nog rijst eten, want hier in Bangladesh is het zo: als je geen rijst eet, dan heb je niet gegeten.

Frieten maken was dus een zeer toffe ervaring, maar lekker was het niet echt. Toch verdienen Adam, Nils en Gil een dikke proficiat, want het zo lang volhouden voor het hete vuur is iets dat ik nooit zou kunnen.

Aushim

Thanks to all of you ;)

Eerst en vooral, bedankt voor al jullie commentaren! Wanneer we eens op internet gaan, vaak tijdens het avondmaal, lezen we alle commentaren luidop in groep. Dit is altijd een plezant moment! Zoals gevraagd, ziehier de groepsfoto getrokken op 17 juli 's ochtends.


Indien jullie ons telefonisch willen bereiken, kunnen jullie dit doen op volgende nummers:

008801738549495 (Aushim)

008801738483937 (Camille/Virginie)

008801738315579 (Adam)



Tout d'abord, merci pour vos commentaires! Quand nous allons sur internet, souvent le soir, nous lisons les commentaires à voix haute en groupe. C'est toujours un moment très chouette!

Comme demandé, voici ci-dessus la photo du groupe tiré le 17 juillet matin.


Si vous voulez nous joindre par téléphone, voici nos différents numéros:

008801738549495 (Aushim)

008801738483937 (Camille/Virginie)

008801738315579 (Adam)

Thursday, July 15, 2010

Come here little bricks…

Jour 7 – 11 juillet 2010

Les briques sont arrivées hier soir. Malheureusement le camion qui les transportait était trop grand et n’a pas pu les amener sur le chantier même, les ouvriers les ont déchargées sur la rue principale. Nous avons du transporter ces quelques 4000 briques nous-mêmes, par le petit chemin de terre qui relie la « grande » rue au chantier. Pour ce faire, le staff de l’hôpital nous a prêté deux charrettes. Adam apprend vite à manier comme un chef la charrette, que l’on tire grâce à un vélo, et Nils apprend tout aussi vite à en profiter, se faisant transporter dès que celle-ci est vide.



Les ouvriers forment un parterre de briques, où ils pourront former le mortier, tandis que nous les posons en tas autour du chantier. Le maître-maçon commence déjà à poser des briques dans les fondations creusées. Gil découvre qu’il est malheureusement allergique à la poussière de brique. Il commence à se gratter, et de petits points rouges apparaissent sur tout le haut de son corps. Mais très vite, tout le monde est obligé d’arrêter, car il commence à pleuvoir. Et même si la pluie au début est assez légère, Il ne tarde pas à tomber des cordes, qui trempent non seulement les membres de l’équipe, mais aussi les routes, faites majoritairement de terre, les rendant difficilement praticables.

Tout le monde se rend chez les garçons, et l’on mange peu de temps après le repas de midi. Comme il pleut toujours, Loïc en profite pour nous apprendre un jeu qu’il a ramené avec lui de Belgique : « Wanted ». Au début assez difficile et confus, tout le monde a environ tout compris après une petite partie. Tout le monde sauf Camille, occupée avec le GSM durant les explications, et qui était un peu perdue lors de la « vraie » partie. Chouette jeu qui nous fera bien passer le temps quand il pleuvra ces prochains jours. Le soleil fait à nouveau une apparition en fin d’après-midi, nous en profitons pour travailler encore une petite heure.

En fin de soirée, une femme très gentille, Rahella, vient un peu parler aux filles (parler est un bien grand mot, quelques mots de vocabulaire bengali et un peu de langage du corps). Elle les traine par la suite vers la cuisine, où elle oblige presque Camille et Virginie à manger le repas préparé pour les malades. Au fil du repas, le nombre de personne venus les voir s’agrandit. Malgré l’attention qui leur est portée, elles arrivent enfin à leur faire comprendre qu’elles sont attendues autre part, et rejoignent les garçons pour la soirée.

Certains Bengalis ont invité les garçons à venir voir la finale de la coupe du monde ce soir, à minuit et demi, leur assurant que l’électricité ne sera pas coupée lors de la diffusion. C’est donc sur une petite télévision en noir et blanc qu’Adam, Gil et Loïc sont allés voir le match parmi les habitants locaux. Match pas très passionnant (Loïc se brûlant le pied sur le repoussoir à moustiques étant apparemment le point culminant de cette soirée), et même prolongé à leur grand désarroi, c’est en trainant les pieds que les garçons sont rentrés se coucher vers 3h du matin.

Jour 8 – 12 juillet 2010

Quand les filles arrivent vers 7h30 chez les garçons pour le petit-déjeuner (de l’omelette, des palatas, et du thé, miam !), la plupart sont encore en train de dormir. Aushim et Nils arrivent encore à s’extirper de leur lit à notre arrivée, et mangent avec nous. Comme il ne pleut pas ce matin, Aushim réveille les autres pour qu’ils nous aident à transporter les briques. Gil se réveille aussi, sans doute par solidarité, mais ne tarde pas à somnoler sur la terrasse du « dortoir » des filles. Malgré quelques petits problèmes (une charrette cassée, pneus à plat), les 4000 briques sont sur le chantier avant midi.

Les ouvriers ont aussi commencé à préparer le mortier. Ils mettent le sable et le ciment en tas sur le parterre de briques, et mélangent le tout à l’aide d’une sorte de pelle-pioche (que nous avons déjà utilisée pour creuser les fondations). Ils créent ensuite une sorte de puits et y versent l’eau, qu’ils mélangent petit à petit pour obtenir du mortier. Le maçon a ainsi pu vraiment commencer la maçonnerie.

Toutes les briques étant déplacées, nous avons l’après-midi libre. Les garçons qui ont vu le match de foot en profitent pour faire une sieste, tandis que les filles font leur lessive. Des enfants viennent sur le chantier, et Camille et Virginie en profitent pour leur mettre un peu de musique, « Grease », sur laquelle Camille s’empresse de danser. Nous leur montrons aussi quelques cartoons sur internet, qu’ils semblent apprécier.

Malgré la sieste, tout le monde est assez fatigué et va se coucher assez vite après le repas.

Jour 9 – 13 juillet 2010

C’est à nouveau assez tôt que nous nous réveillons. Mais une bonne surprise nous attend au petit-déjeuner : des ananas ! Ceux que nous avons commandé ne sont toujours pas arrivés (ceux cultivés dans la région sont bourrés de pesticides et sont exportés dans nos pays), mais notre cuisinier nous a gentiment donné des ananas de son jardin pour assouvir notre faim.

Il a plu toute la nuit, et encore le matin au réveil. L’idée de travailler aujourd’hui est vite abandonnée, mais le maçon nous propose de visiter la forêt de caoutchouc à côté de chez lui. C’est donc tous ensemble que nous partons nous aventurer pour la première fois hors du village. Nous nous dirigeons d’abord vers la maison du maçon, et devons pour ce faire traverser un pont fait de quelques tronçons de bambous. Heureusement, tout le monde traverse cette épreuve sans trop de difficulté, et nous reprenons le chemin boueux à travers différents champs et villages.

Une fois arrivés dans le village du maçon, celui-ci nous invite chez lui et nous offre du thé et de bons biscuits dont le gout nous rappelle les petits Lu de Belgique. Plusieurs personnes nous observent à travers les fenêtres de la maison, nous faisant vraiment sentir comme des animaux dans un zoo.

Nous reprenons la route vers la forêt. Là, les ouvriers nous montrent comment récupérer la sève des arbres de caoutchouc. Sur certains arbres se trouvent déjà de la sève sèche en forme de fil, avec lesquels nous jouons comme avec des élastiques. Un des ouvriers récupère différents fils pour former une petite balle, qu’il nous donnera à la fin de la promenade. Le maçon nous propose de partir voir le bureau de l’entreprise qui produit le caoutchouc. Nous le suivons et entamons une belle et longue ballade à travers la forêt, tout en essayant d’éviter les flaques d’eau et les zones trop boueuses. Nous croisons sur le chemin plusieurs paysans, des petits enfants qui dirigent des troupeaux de vaches, des femmes qui travaillent et transportent sur leur tête de grandes branches d’arbres.


Le bureau et l’usine sont fermés aujourd’hui, à cause de la pluie de la nuit et la matinée. Certaines personnes sont pourtant présentes et nous expliquent comment est fabriqué le caoutchouc. Nous nous reposons quelques instants avant de reprendre la longue marche de retour qui nous attend : une heure de marche dans la forêt, et 30 minutes de marche par la suite pour retourner au village. Avant de partir, un de nos ouvriers remarque un arbre à carambolas. Très contents de pouvoir manger un nouveau fruit, nous remplissons nos quelques sacs de cette chouette trouvaille.

Malheureusement, sur le chemin de retour, il recommence à pleuvoir, et pas qu’un peu. Il drache quelques temps, rendant les routes encore plus boueuses qu’elles ne l’étaient déjà. Tout le monde sort son k-ways (tous sauf Loïc, qui décide plutôt d’enlever son t-shirt), protège appareils photo et caméra, et regarde bien où il met les pieds.

Après avoir quitté la forêt, nous nous arrêtons à une sorte de petit café de route pour y boire du thé. A nouveau, tous les habitants en profitent pour se rincer l’œil, une myriade d’enfants se tient devant la fenêtre et posent devant l’appareil photo de Adam.

Nous repartons vite, et arrivons à Kailakuri à 15h30. Nous mangeons notre repas de midi, et tout le monde s’occupe le reste de la journée jusqu’au repas du soir. Repas qui s’est animé à la venue de plusieurs visiteurs, notamment une araignée qui s’est jetée sur une mouche est s’est empressée de la manger, ainsi que d’un insecte vert, une sorte de sauterelle volante. La marche ayant fatigué tout le groupe, personne n’aura du mal à s’endormir cette nuit.

Virginie.

Monday, July 12, 2010

Let's begin!

Dag 5: 9/7/2010

We moesten deze morgen vroeg opstaan omdat de werken begonnen om 8:30. De meesten sliepen gewoon niet en voor de mensen die wel een oog dicht gedaan hebben leek het 4 uur 's morgens door de jetlag. We waren dus niet al te fris op onze eerste werkdag.

Het ontbijt was Palata met groenten, een mooie afwisseling, want nomaal is het hier drie keer per dag rijst met groenten en een geel pikant sausje dat 'Daal' genoemd wordt. We hebben een kok en een assistent in dienst genoment die voor ons lekker Bengaals koken in het keukentje dat bij de slaaphut van de mannen bijgebouwd is.



De metser stond klaar met twee helpers toen we op de bouwsite aankwamen. We begonnen de touwen te spannen die de plaats van ons gebouwtje aanduiden. Na lang meten en nog een beetje input van dokter Baker en Roton over de exacte plaats was die taak afgewerkt en konden we beginnen werken.

Er moesten een paar kleine bomen omgehakt worden en de funderingen moesten gegraven worden. Op aanraden van de aannemer uit Dhaka gaan we de funderingen uit bakstenen maken. Daarvoor moeten onder de buitenmuren greppels gegraven worden van 2 foot diep (60 centimeter, de Bengalen gebruiken de Engelse maten, het was wennen aan het rekenen in hun twaalfdelig stelsel) onder de binnenmuren moeten ze maar 1 foot diep zijn. De funderingen zijn drie bakstenen breed, dus de greppel moet zeker 15 inch breed zijn (40 centimeter).

Veel graafwerk dus.



De Bengalen gebruiken geen gewone spades, maar doen alles met een hak. Het was dus gewoon worden voor ons om daarmee te graven. Het is warm en onze condtie is slecht, we konden dus niet op het Bengaalse tempo werken, maar werkten in shifts zodat de helft van ons kon uitrusten en veel water drinken in de schaduw terwijl de rest aan het knoeien was met de hak en aan het zweten als een paard.

De mensen van het ziekenhuis hebben vrijaf op vrijdag en kwamen dus met plezier een handje helpen met het graven. Ze brachten thee (de Bengaalse variant is altijd met melk, vers van de koe en een eetlepel suiker per tas, lekker!) en limoensap met suiker en zout erin voor ons zweet.

Camille en Virginie kregen de kans om een bevalling bij te wonen. De vrouw moest heel veel overgeven zodat Camille de bevallingsruimte moest verlaten, ze stond op het punt een appelflauwte te krijgen. Later keerde ze terug om toch nog de bevalling bij te wonen. Helaas is het kindje gestorven.

's Avonds sleepten we ons naar onze hut om daar een beetje te bekomen bij een portie rijst met groenten. Toen het donker geworden was kwam Shaupaun terug van Madrapur met 600 kilogram cement in een driewielertaxi en het goeie nieuws dat de bakstenen de dag erna geleverd zouden worden.

Nadat de zakken cement uitgeladen waren kropen we allemaal doodmoe in bed om daar wakker te gaan liggen

Aushim voerde heroishe gevechten met een spin die in de buurt van zijn muggennet zat en Nils slaagde er in om het toilet verstopt te krijgen, alle Bengalen zeggen nu dat we te veel eten krijgen.

Dag 6: 10/7/2010

We moesten opnieuw vroeg uit de veren om te gaan werken en aten rijst met groenten als ontbijt. We werkten de graafwerken voor de fundering af, controleerden of ze wel pas lagen en begonnen het zand te zeven dat hier ligt.

Op het einde van de dag werden de bakstenen geleverd, 4000 stuks in een vrachtwagen die we morgen allemaal naar de bouwsite mogen verslepen.



De dag eindigt nu met een gigantische regenbui en een beetje onweer (naast mij ontdekt aushim net dat het dak lekt boven zijn slaapplaats) maar we houden de sfeer erin en zeker nu alles lekker begint te ruiken naar eten (rijst met groenten).

ADAM

Friday, July 9, 2010

Good mooorning Kailakuri!

Jour 3 et 4 – 07 + 08/07/2010

Grâce à l'entrepreneur nous avons tout de même un véhicule pour aller jusqu'à Kailakuri. On le remercie grandement pour cela, malgré le fait qu'on ait dû passer cinq heures serré à 10 dans une camionnette avec de la place pour huit. Malgré la langue qui nous sépare, ils ont facilement compris nos plaintes après deux ou trois heures de route et ont proposé une pause. On nous offre à chacun une noix de coco percée remplie de jus un peu amer et chaud, ainsi que des sortes de petits fruits, appelés Ambra, au bout d'un bout de bois roulé dans une poudre rougeâtre (du piment et du sel). Une fois le jus de coco bus, les noix sont coupées en deux devant nous et on nous invite à manger le contenu de la noix, qui a un gout similaire au jus.



Plus nous nous éloignons de Dhaka, plus les routes se détériorent, voir disparaissent. Malgré que le nombre de kilomètres qui nous séparent de Kailakuri s'amenuisent continuellement, les trous dans la route tous les deux mètres nous forcent à rouler à une allure de tortue, augmentant considérablement la durée du trajet.

Finalement nous arrivons à Kailakuri en demandant régulièrement des indications aux passants, occasions que ne manquent pas tous les gens aux alentours pour regarder d'un air ahuri les étranges personnes à la peau blanche dans la camionnette.

Dès notre sortie du véhicule nous sommes chaleureusement accueillis par un petit comité mené par le docteur Baker. Sans même pouvoir sortir nos bagages ou ranger quelques affaires nous sommes amenés dans une maisonnette comme il y en a beaucoup à Kailakuri. Apparemment une cérémonie d'accueil complète est prévue pour nous, Aushim a déjà l'air d'être considéré comme un héro local, à son grand désembarras. A ce stade nous n'avons plus mangé de repas complet depuis huit heures du matin et certains d'entre nous doivent d'urgence aller aux toilettes. Cependant, impossible de s'esquiver devant un accueil pareil. Sur le sol se trouve un tapis basique, juste pour recouvrir le sol pour s'asseoir sur autre chose que de la terre. Bien utile car nous nous asseyons tous par terre parmi la quantité énorme de gens déjà présent dans une si petite pièce. La cérémonie est ouverte avec plusieurs chansons locales, dont la première remercie le créateur. Quelques speechs de remerciements du docteur Baker, toujours traduits en Bengali. Nous recevons chacun un magnifique petit bouquet de fleurs. Baker invite Aushim à faire un petit speech improvisé, ce qui le prend tout à fait à revers. Après avoir marmonné un petit merci discret, Baker traduit le speech en y ajoutant un peu plus d'éloquence. Pour terminer, ils nous demandent de leur chanter une chanson dans notre langue, malheureusement nous avons tous momentanément perdu toute notre créativité. Nous jurons de leur offrir une chanson le lendemain, promesse que, je peux déjà le dire en écrivant ceci, nous ne tiendrons pas. Cependant, renforcés par le savoir qu'ils ne comprendront pas ce qu'on chantera en néerlandais, nous pensons leur chanter un simple « joyeux anniversaire » avec beaucoup d'enthousiasme. La cérémonie terminée on nous sert un repas complet, l'occasion parfaite d'apprendre à manger avec nos mains devant nos hôtes amusés par notre piètre performance (mis à part Aushim, Shaupaun et Camille qui se sont apparemment secrètement entrainés).



Ici, le soleil se couche très tôt, vers 19h30 et se lève vers 5h30, les nuits durent presque 10h. Aidés par la chaleur et la fatigue du trajet nous entreprenons d'aller dormir tôt, comme les autochtones. Nous nous installons en vitesse dans le bâtiment mis à notre disposition. Les garçons et les filles ne peuvent cependant pas dormir ensemble. L'hôpital de Kailakuri (qui est presque un petit village dans le vrai village de Kailakuri), est uniquement habité par les patients, leur famille si elle est présente et les membres du staff qui habitent trop loin. Toutes les femmes présentes dans l'hôpital dorment du côté est de la route et les hommes du côté ouest, où le soleil se couche.

Nous avons chacun notre moustiquaire déjà installée dans une maisonnette assez grande par rapport à la norme locale. Nous dormons donc à six dedans, il y a heureusement un ventilateur de plafond pour nous rafraichir. Cependant, comme l'électricité ici est encore plus rare qu'à Dhaka et tombe à des moments tout à fait aléatoires pour parfois plusieurs heures, on devra souvent s'endormir sans ventilation. Ici pas de douches, mais des pompes mises à différents endroits à l'extérieur, à l'abri des regards par une haie de bois laissant dépasser la tête, très pratique pour continuer la conversation avec les gens sur la terrasse. On verse de l'eau dans un grand seau et on se verse de l'eau dessus avec une petite cruche. La nuit étant déjà tombée il faudra apprendre à se doucher dans le noir ce soir. Cela donne l'occasion de se laver avec une vue sur un ciel étoilé incomparable au ciel nocturne Belge. Les toilettes sont assez simples : un trou dans le sol entouré de quatre murs de bois fin et un toit au cas où il pleut. Une cruche qu'on remplit d'eau fait office de chasse d'eau pour les deux mois à venir.



S'endormir s'annoncera plus compliqué que prévu au fur et à mesure qu'on fera connaissance avec les bêtes et insectes locaux. Nos moustiquaires offrent une vue imprenable sur les araignées et autres qui grimpent au-dessus de nous. Gil est apparemment un grand fan des araignées car il est resté éveillé une bonne partie de la nuit pour chercher celle qu'on avait chassé de sa moustiquaire. Après une longue attente immobile à attendre le sommeil, sans doute encore à cause du jetlag, nous finissons par nous endormir bercés par des bruits étranges et variés dont nous préférons ignorer l'origine.

La journée suivante s'annonce compliquée, plusieurs imprévus sont survenus. Il faudra profiter de notre réunion du lendemain avec le docteur Baker pour mettre plusieurs choses au point. Shaupaun ainsi que Mr. Roton, responsable administrative de l'hôpital Kailakuri, organisent une réunion avec un expert maçon pour organiser le planning des travaux: le début des travaux commence demain à 8h30. Ce maçon s'occupera également de nous procurer les ouvriers nécessaires pour nous aider à la construction. Les garçons du groupe, étant bien plus intéressés par un match de foot que par la réunion, ils organisent une rencontre avec des jeunes Bengali pour faire un match sur un terrain à dix minutes de la clinique. Le match s'annonce palpitant, nous avons devant nous un joueur Bengali mieux équipé que nous, maillot et short de foot, mais surtout chaussures de foot avec crampons bien utile sur ce terrain très rudimentaire garni d'une variante intéressante d'excréments animaux.

Le match se termine après un peu plus d'une heure sous le soleil tapant du Bangladesh avec une défaite Belge, au grand plaisir de nos spectateur locaux. Les prouesses de Gil et les arrêts d'Aushim entre les bouses de vaches n'étant pas suffisants pour venir à bout de cette équipe Bengali chevronnée et d'apparence insensible à la chaleur et au soleil.

La fin de la journée se déroule calmement tous ensemble près du bâtiment où dorment les garçons, devant un repas composé pour la troisième fois de la journée de riz. Une routine s'installe.

Loïc